Werken in de zorg is topsport

18-01-2013
Delen via

Binnen de zorg werkt zo’n 80% van alle medewerkers in onregelmatige dienst, waarbij de klok rond diensten worden gedraaid. Wisselende werktijden zijn vaak topsport en vergen, nog meer dan bij regelmatig werk, een bewuste en gezonde leefstijl om lichaam en geest in topconditie te krijgen en te houden. Dat werken ook sport kan zijn, geeft Mart Suurland aan. Hij is werkzaam als laborant in een algemeen ziekenhuis: ’Aan team/club sport doe ik niet. Ik probeer als het even kan op de fiets naar mijn werk te gaan. Ik doe met regelmaat een serie oefeningen om het lijf soepel en gangbaar te houden. En vrije tijd plannen! Met of zonder de jachthond de natuur in, fietsen, tuinieren en zwemmen zijn dan de hoofdbestanddelen. Oh ja, op mijn werk loop ik zo'n 6 kilometer per dienst.’

Gemiddelde leeftijd ligt boven de 40 jaar

Het menselijk lichaam laat zich niet foppen, ook niet door onregelmatige roosters. De flexibiliteit en rekbaarheid van medewerkers vanaf veertig jaar neemt aanzienlijk af. Met de toenemende vergrijzing is dit een zeer belangrijk aandachtspunt voor ziekenhuis en zorgorganisaties. Zij hebben vaak te maken met oudere werknemers. De gemiddelde leeftijd ligt ruim boven de 40. Het ontzien van oudere medewerkers, bijvoorbeeld door minder onregelmatige diensten, is niet altijd in te passen in de bezetting. Voor de medewerkers binnen de algemene ziekenhuizen geldt dat zij vanaf 57 zelf kunnen bepalen nog nachtdiensten te willen werken. Binnen de umc’s geldt  deze vrijwilligheid vanaf 55 voor alle onregelmatige diensten. Dit vraagt evenwichtige personeelsplanning om te voorkomen dat er te veel druk bij de jongere generatie komt te liggen, waarmee het risico op uitval onder deze groep medewerkers toeneemt. Hoe creeer je een optimale werkomgeving en en een goed werkritme? Wat is het beste rooster voor onregelmatige diensten? Bij deze vragen is er geen goed of fout antwoord. Veel hangt samen met het type organisatie, cultuur, medewerkers en teamsamenstelling.

Sociale aspect belangrijker dan gezondheid

Diverse onderzoeken tonen aan dat medewerkers sociale aspecten belangrijker vinden dan gezondheid. Toch is het goed om het belang van bewegen niet te vergeten. Bovendien heeft sporten ook een sociaal aspect. Toch blijft het voor mensen in onregelmatige dienst moeilijk om sporten in te plannen in hun dagelijks leven.

Werkgever kan rol spelen

Beleidsmatig, organisatorisch en facilitair kunnen organisaties een belangrijke rol spelen. Uit de persoonlijke verhalen blijkt dat beschikbaar zijn van faciliteiten en een financiële bijdrage de motivatie kunnen vergroten. Naast het aanbieden van sportmogelijkheden is het voor werkgevers zinvol om in het bedrijfsrestaurant aandacht te hebben voor gezonde voeding. Bij bewust en gezond leven gaan voeding en sport hand in hand. De ervaringen laten zien dat hoe een onregelmatige dienst en sport zijn te organiseren. Tevens blijkt dat het een positieve bijdrage levert aan beleving en fysiek.

Investeren in gezonde leefstijl verstandig

Het is bedrijfsmatig gezien een verstandige keuze als zorgorganisatie investeren in een gezonde leefstijl. En als je weer een tijd uit de onregelmatige dienst bent, dan is en blijft sporten leuk. Roland van Braam, vakbondsconsulent in een universitair medisch centrum zegt hierover: ‘Ik doe al ruim 30 jaar actief aan voetbal. Toen ik onregelmatig werkte, kon ik helaas niet elk weekend voetballen. Maar als ik vrij was, stond ik op het veld. Voor mij was en is het ontspanning om even de dagelijkse zorgen te vergeten. Voor mij hielp sport zeker om het onregelmatig werken vol te houden, je voelt je er lekker en fitter door.’

Zo doen anderen dat

Uit de verschillende persoonlijke verhalen blijkt dat het mogelijk is voor medewerkers in onregelmatige dienst om te bewegen en te sporten. Lisette Carovigno, Herman Gijsberts, Jolanda Veenstra en Roel Smit - allen verpleegkundigen - en Herman Langen, anesthesie assistent, vertellen ieder vanuit hun eigen gezichtspunt, hoe ze omgaan met hun onregelmatige diensten en het sporten. Ook voor hen is het soms moeilijk (geweest) om het sporten in te plannen. Maar het weerhoudt ze er niet van om te bewegen. Laat je inspireren door hun ervaringen!

 

Lisette Carovigno, verpleegkundige : ‘Ik herstel lichamelijk niet altijd alleen door te sporten, dit kan ook op andere manieren.’

‘Ik ben sinds jaren lid van een sportclub, waar ik fitness. Heb vanaf mijn jeugdjaren altijd al gesport. Ik ga altijd alleen en nooit met andere vriendinnen sporten, dat is niet mogelijk door de onregelmatige diensten. Dat is wel een minpunt, want ik kan mijzelf niet altijd motiveren om te gaan sporten als ik een paar late diensten achter elkaar heb gedraaid. Als ik voor een late dienst ga sporten, moet ik er aan denken om niet alles te geven, want dan red ik het werken in de avond niet goed meer. Mijn bewegingsapparaat voelt na het sporten wel soepeler aan in de avonddienst. Een voordeel van de onregelmatige diensten is dat ik in de ochtend- en middaguren kan gaan sporten wanneer het niet druk is in de fitnessclub. Ik herstel lichamelijk overigens niet altijd alleen door te sporten, dit kan ook op andere manieren. Mij helpt bij het herstellen ook, om rust te nemen en soms net niet te gaan sporten. Als verpleegkundige ben je al steeds lichamelijk (en geestelijk) druk in de weer en kan ik het sporten er dan net niet meer bij hebben. Ik herstel op die momenten door rust te nemen, lekker vroeg in bed gaan liggen met een boek. Lichten gedimd en zo weinig mogelijk prikkels van buiten af.’

Roel Smit, verpleegkundige : ‘De baas vind bewegen belangrijk. Er zijn mogelijkheden om met korting te sporten.’

‘Ik ben jaren geleden gestopt met teamsport. Ik deed aan hockey en basketbal. Doordat ik toen een vrije avond in de week kon regelen, ging dat wel goed. Maar om net uit bed en voor je nachtdienst nog een basketbal wedstrijd te spelen viel niet mee. Dus zijn onregelmatige diensten wel een belemmering om op niveau mee te draaien. Ik ben daarna gaan hardlopen en naar de sportschool gegaan. En dit in periodes van wel en niet sporten. Al jaren ben ik nu aan het skaten. Kan je zelf goed plannen. De baas vind bewegen belangrijk. Er zijn mogelijkheden om met korting te sporten bij verschillende sportscholen in de regio. Ook in de gymzaal in het ziekenhuis is het bij tijd en wijle mogelijk te sporten. Tevens organiseert het ziekenhuis een sponsorloop voor vooral medewerkers. Samen met een atletiekvereniging hier kan je daarvoor gratis een soort starttraining krijgen.’

Herman Gijsberts, verpleegkundige en OR-lid : ‘Als ik gesport heb, voel ik me heel fit, alsof ik mijn moeheid eruit gefietst heb.’

‘Ik spin 1 x per week. Dat is op dinsdag. Dat is altijd een OR-dag, dus dan ben ik vrijwel altijd ‘s avonds vrij. Soms is er een late vergadering, maar dat is per jaar op 1 hand te tellen. Dus eigenlijk kan ik iedere dinsdag. Als ik dan thuis kom, ben ik over het algemeen zo moe, dat ik na het eten op de bankt in slaap dreig te vallen. Ik moet mezelf dan bij de kraag vatten om toch te gaan spinnen. Maar als ik dan klaar ben, ben ik ineens heel erg fit, alsof ik al mijn moeheid er uit gefietst heb. Het helpt ook om de belevenissen van de dag eruit te fietsen. Erg prettig.’

Jolanda Veenstra, verpleegkundige : ‘Ik was ooit lid van een sportschool, maar vond dit te duur, nu loop ik hard en dat bevalt prima!’

‘Ik was ooit lid van een sportschool, maar vond dit te duur. Daarna deed ik heel lang niets meer omdat het gewoon makkelijker is als je onregelmatig werkt niets te doen aan sport. Maar, dat gaat wel vreten aan je geweten. We weten allemaal dat je iets moet doen om "gezond" oud te kunnen worden. Ik heb een jaar gleden besloten om te gaan hardlopen, dit doe ik nu een half jaar. Ik moet zeggen, dit bevalt me prima. Ik loop alleen, kan dit elk gewenst moment van de dag/avond doen. Zelfs als ik na de laatste slaapsessie van een nachtdienst wakker word, ga ik hardlopen. Het maakt je hoofd leeg en je hart vol, want je bent goed bezig voor je gevoel. Maar voor een late dienst loop ik liever niet, want ik ben wel lichamelijk moe daarna. Na een late dienst, als het donker is, loop ik liever ook niet, maar in de zomer wel, heerlijk na een late dienst nog even hardlopen, je hoofd leegmaken. Ik vind een teamsport niet werken voor mij door de onregelmatige werktijden. Samen sporten is vaak leuk en motiveert, maar in mijn geval niet, want ik heb geen vaste tijden om te sporten.’

Herman Langen, anesthesie assistent : ‘Tafeltennissen tijdens de nachtdiensten was geen succes.’

‘In de tijd dat ik in de verpleging werkte, deed ik mee in de tafeltenniscompetitie. In clubverband. De moeilijkste wedstrijden waren tijdens de nachtdiensten. Ik kwam ’s middags om 15.00 uur uit bed en had de wedstrijd vanaf 19.00 uur. Meestal was in om 22.00 uur klaar en spoedde me naar huis om snel nog even te eten en daarna naar het werk. Vooral de nachten na een wedstrijd waren bijzonder. Ik kwam met de sport-adrenaline kick op het werk, was tot ongeveer 02.00 uur erg actief om daarna in te storten. Ik sleepte me door de nacht heen om thuis, rond 08.00 uur, in coma te vallen! Het was dus geen succes om te sporten tijdens nachtdiensten (mijn prestaties tijdens de wedstrijden waren ook altijd minder tot groot verdriet van mijn teamleden). Later ben ik gestopt met tafeltennis en heb me gestort in het hardlopen bij een atletiekvereniging. Dat is meer individueel. Het voordeel was dat ik kon trainen wanneer het me uitkwam. De reguliere trainingen kon ik alleen bezoeken als ik niet hoefde te werken. Dat probeerde ik in de planning op het werk te regelen. Een ander voordeel was dat ik de intensiteit van mijn training kon aanpassen aan de drukte op mijn werk. Drukke dagen en veel onregelmatigheid betekenden rustiger trainen en oppassen voor blessures. Ook niet trainen kwam voor na drukte op de werkvloer. Tegenwoordig heb ik minder onregelmatig werk. Wel is er meer stress vanwege mijn beroep als anesthesie assistent. Het sporten is gemakkelijker te combineren. Alleen tijdens drukke diensten en werkdagen is bij mij de pijp snel leeg. Mijn dochter, sportdiëtiste in Zoetermeer, heeft me duidelijk gemaakt wat ik fout heb gedaan in het sportieve leven vroeger. Ik lette te weinig op mijn voeding en het herstel. Maar dat wist ik toen nog niet… Nu wel dus. Ik sport nu minder. Mijn herstel van drukke diensten bestaat uit rusten, zoveel mogelijk rusten. Soms werk ik meer dan 15 uur achter elkaar. Dan heb ik meerdere dagen nodig om te herstellen. Ik merk wel dat het herstel zomers gemakkelijk is dan in de winter. Na een drukke dienst lekker buiten, in de zon, heerlijk.’

Terug naar het nieuwsoverzicht

Thema

Meer over individueel roosteren!

Lees meer
Deel deze pagina via...